Eerste bedrijf

De Saksen hebben "een melkwit ros" aan Wodan geofferd, ter voorbereiding op hun veldslag tegen de Britten. Ze offeren er nog twee: een aan Thor en een aan diens moeder. Nu zijn alle goden gunstig gestemd. Vervolgens worden ook dappere mensen naar de hal van Wodan geroepen: in de heldendood zullen ze gloriëren. De veldslag volgt; de twee partijen dagen elkaar uit, onder luid trompetgeschal: "Come if you dare!". De goden aanschouwen het spektakel van bovenaf en kijken meewarig naar het mensengeslacht, dat "voor goud tenonder zal gaan". De Saksen verliezen de strijd en de Britten kraaien victorie en slaan aan het plunderen.

 

Tweede bedrijf

Philidel de elf poogt Arthurs ridders, die op zoek zijn naar hun tegenstander Oswald, de juiste richting uit te sturen: "Hither, this way, this way bend". Grimbald, de tovenaar van Oswald, roept de ridders de andere richting uit: er ontstaat een wedijveren tussen de geesten van Philidel en de dwaallichten van Grimbald. Philidel waarschuwt dat je, als je stapt zonder na te denken, "een furlong diep kan zinken". Grimbald zingt dat ze Oswald moeten achtervolgen langs het pad in het turf. Beiden zingen nu: "kom en volg mij!". Dan weerklinken drie stemmen, die zich "we brethren of air" noemen, en beloven de helden op het juiste spoor te brengen. In de volgende scène zien wij een pastorale idylle: een herder zingt de lof van het landelijke leven. Herders hebben geen zorgen; oorlog gaat aan hen voorbij, zij hebben hun geliefden en wanneer ze sterven, "'tis in each other's arms" - de herders brengen hun tijd graag door "on our flutes and in enjoying" (let op de seksuele verwijzing). De herders roepen de herderinnen op van het leven te genieten ("Bright nymphs of Britain!"), want eer is leeg, en ouderdom brengt lof, maar geen lust. De herderinnetjes antwoorden ietwat sarcastisch dat vrouwen dan het gelag betalen en zingen: "Hier zijn huwelijkscontracten. Wie niet kan schrijven, zet maar een kruisje." Het bedrijf eindigt met een "pluk de dag" koor van herders en herderinnen: "Make sure of this day, and hang tomorrow!".

Derde bedrijf

Cupido roept naar de Koude Genius van Brittannië, die bedolven ligt onder een berg sneeuw: "Ontwaak, en schud de winter uit uw mantel!". Zeer langzaam en bibberend staat de Koude Genius op, weeklagend en jammerend dat hij oud en verstijfd is; hij wil weer bevriezen. Cupido wil er niets van horen: de lente komt, en de Liefde (namelijk hijzelf) zal een nieuw jaar doen komen. De Genius erkent Cupido, en noemt hem de schepper aller dingen. Vervolgens komt een bibberend koor van koude mensen samen, om door Cupido verwarmd te worden. In een duet sluiten Cupido en de Koude Genius vrede.

 

Vierde bedrijf

Het vierde bedrijf is opnieuw een idylle: twee Sirenen roepen Arthur op om te komen baden en beweren dat ze ongevaarlijk zijn. Nimfen en bosbewoners zingen samen een lofzang op de liefde. De overwinnaar Arthur en zijn tegenstander sluiten vrede.

 

Vijfde bedrijf

Aeolus roept de winden op tot rust te komen, zodat Britannia, Koningin der Eilanden, uit de golven kan oprijzen. Een Nereïde en Pan zingen de lof van de Britse Nimf, die door Proteus beschermd wordt. Ook het buitenland vaart wel bij haar: "Foreign lands thy fish are tasting, learn from thee luxurious fasting". Een verdere lofzang door herders volgt: want Britannia overtreft de hele wereld in de vruchtbaarheid van haar grond en alhoewel in antieke tijden het Gulden vlies geprezen werd, wordt nu de Britse wol nu "goud". Geen mijnen ter wereld schenken meer welvaart. Dan volgt een humoristisch contrast: Comus verschijnt met drie mannen die in dialect een boerenlied zingen, "Your hay it is mow'd" en roepen vrolijk op de oogst binnen te halen: "Come, Boys,come". Zij eindigen met "And heigh for the Honour of Old England!" (met een woordspeling op 'hay', hooi voor Engeland). Dit burleske intermezzo wordt gevolgd door een sereen lied van Venus, "Fairest isle". Daarop volgt een nieuwe idylle tussen twee geliefden, die het uiteindelijk met elkaar eens worden. De opera eindigt met een eerbetoon aan Sint George, beschermheilige van Engeland, in een militant lied waarin fijntjes wordt opgemerkt dat de Engelse troon niet enkel door Engelsen wordt ingenomen, maar dat die "buitenlandse koningen", eenmaal hier geadopteerd, hun kronen in het thuisland maar niets meer vinden.